Archief

Alle berichten voor de maand juni, 2016

Veiligheid en (zelfgemaakte) doeken

Gepubliceerd 26 juni 2016 door draagmemmie

Ik zie en hoor het steeds meer om me heen; “zo’n doek kan ik toch prima zelf maken?”  Dat is vast mogelijk, maar is hij dan ook veilig?

De doeken uit de fabriek moeten voldoen aan allerlei veiligheidsnormen. Draagkracht, trekkracht, niet scheuren, geen chemische stoffen en ga zo maar door. Deze normen worden uitgebreid getest. Een fabrikant kan zich immers niet veroorloven dat een kindje uit een doek of drager ‘scheurt’ of door zijn product andere schade oploopt. Naast de eventuele schadeclaims zal hij ook een slechte naam krijgen en geen doek of drager meer verkopen! Alleen daarom raad ik iedereen aan om een doek te halen van een erkende fabrikant. Je weet zeker dat deze veilig is! En mocht de prijs je tegenstaan; er zijn ook goedkopere doeken.

Een goede doek is op een bepaalde manier geweven en weegt zoveel gram de cm. Hoe zwaarder de doek, des te sterker hij (over het algemeen) is. Weven is een techniek waarbij de draden door elkaar worden gevlochten. Voor draagdoeken is het van belang dat deze weving sterk is, een beetje rekt en soepel is (of dit kan worden). Draagdoeken worden geweven in (over het algemeen) drie soorten; de (kruis)keperbinding, jacquard of gauze. De keperbinding heeft een diagonaal patroon, de stof rekt ietwat in diagonale richting. De kruiskeperbinding rekt op twee diagonalen. Jacquard heeft vaak grote patronen, ze zijn minder sterk dan (kruis)keperdoeken maar zijn vaak zachter. Gauze geweven doeken zijn erg dun en sterk. Deze doeken kunnen tegen ‘mishandeling’. Dag in dag uit knopen. Stof die over elkaar schuurt. Er wordt flink aan getrokken en het moet een kindje dragen. Kortom er wordt nogal wat van zo’n stuk stof gevraagd. Je kunt je voorstellen dat dus niet iedere lap stof geschikt is! Mocht je nou wél een goede lap stof vinden op de markt (of ergens anders), dan betaal je evenveel als een goedkopere én geteste doek.  Ik weet wel waar ik voor kies.

Ik heb navraag gedaan bij een eigenaresse van een draagdoeken merk. Ik ben onafhankelijk en schrijf dit stuk ook in die zin, vandaar dat ik geen namen noem van doeken merken. Ik heb gevraagd hoe dat testen gaat. Ze kan niet te veel vertellen ivm het werkproces, maar de doeken worden al getest op de weverij. Deze doeken moeten onder andere tot 200 kilo kunnen dragen, voordat ze goedgekeurd worden. Daarnaast neemt ze haar eigen ervaring en de ervaring van haar collega’s mee in het creëren van veilig geweven doeken.

Soms blijf je met je vinger hangen in de doek; je hebt een haal, of nog erger een gebroken draad! Je doek is dan direct niet, of minder veilig. De kans op scheuren is groter. Ik controleer ook altijd mijn doeken eens in de zoveel tijd. Ook als ik nieuwe doeken binnen krijg onderwerp ik ze aan een grote inspectie! Overigens is een haal of gebroken draad wel te repareren.

Sommige mensen naaien of borduren iets op de doek. NIET DOEN! Dit zorgt er immers voor dat er zwakke punten in de doek komen en dat de doek kan gaan scheuren. Net als bij een haaltje of een gebroken draad. Er zijn bepaalde rekbare doeken waarbij wel iets is opgenaaid. Maar deze doeken zijn getest. Ik zou deze doek zelf nooit halen, al is het alleen al om het feit dat je deze doek niet goed meer strak kunt trekken. Maar hoe zit het dan met de middenmarkering? Die is in de zoom genaaid, de enige plek waar het veilig is om iets in de doek te naaien.

Bovendien voldoen bepaalde doeken aan de oeko-tex. Deze doeken worden geverfd met biologische niet schadelijke verf. Je kind sabbelt immers aan de doek (die van mij wel) en je wilt niet dat zij chemische verf of andere materialen binnen krijgen. Bij een lap stof van de markt weet je niet waar het mee geverfd is, of er chemische (verf)stoffen in zitten. Ik was mijn doeken altijd als ik ze nieuw binnen krijg. Dat wordt ook aangeraden, op die manier hechten de vezels goed in elkaar en is er minder kans op draadverschuiving.

Ook zie ik zelfgemaakte ringslingen voorbij komen. Qua stof geldt hetzelfde als bovenstaande, qua ringen; gebruik de officiële ringsling-ringen. Ook deze zijn getest op draagkracht. Er komt flink wat spanning op te staan. Gebruik NOOIT houten ringen, of ringen met een lasnaad, deze kunnen (meestal)het gewicht van een kindje in de ringsling niet aan.

En natuurlijk zal het vaak goed gaan. In Afrika dragen ze ook met ‘elke lap stof’. Maar ik ben van mening dat je het risico gewoon niet moet nemen. Het zal maar net jóuw kindje zijn die uit de doek scheurt en letsel oploopt…

Kortom, koop je doek bij een erkende dealer. Je weet dan zeker dat je een goed geteste en dus veilige doek hebt. Maar controleer je doeken ook, en blijf dat doen. Je moet er niet aan denken dat je kindje uit de doek scheurt (of erger). En bij twijfel, vraag een consulente of ze mee wil kijken. In een goedgekeurde drager zal het veiligheidskeurmerk BS EN 13209 Part 2:2005 staan. (voor meer informatie kijk op http://www.nen.nl).

Veiligheid voor alles! Het gaat wel om je kostbaarste bezit, je kind

 

 

 

Edit; er bestaan ook zogeheten ‘handgeweven doeken’. Deze, veelal vrouwen, hebben heel veel ervaring met het maken en/ weven van draagdoeken. Deze doeken kun je ook als ‘veilig’ bestempelen.

De geschiedenis van het dragen

Gepubliceerd 24 juni 2016 door draagmemmie

De geschiedenis van het dragen, gaat heel ver terug. Ik vind het zo grappig en herkenbaar, dat ik het graag met jullie wil delen.

Vroeger, op school, leerden we dat zoogdieren onder te verdelen waren in twee categorieën:  de nestblijvers en de nestverlaters. Deze theorie is inmiddels achterhaald. Zoogdieren kun je onderverdelen in drie groepen. Dat zijn:

–          De verstoppers

–          De vluchters

–          De dragers

De verstoppers verstoppen hun baby’s om ze zo te beschermen tegen gevaren van buitenaf. Deze baby’s zijn hulpeloos en liggen erg stil. Ze krijgen erg vette melk, zodat ze lang verzadigd zullen zijn en niet gaan huilen/ geluid gaan maken als mama weg is. Voorbeelden van verstoppers zijn: honden, katten, leeuwen en muizen.

De vluchters; deze baby’s zijn vrijwel direct na de geboorte mobiel en kunnen vluchten als er gevaar is. De melk van deze mama’s is geschikt voor een snelle groei en spieropbouw. Voorbeelden van vluchters zijn: koeien, schapen en herten.

De dragers dragen hun kind bij zich. Deze baby is gemaakt om gedragen te worden, de handjes en voetjes staan naar binnen en er is direct vanaf geboorte een grijpreflex. Deze baby’s zijn hulpeloos zonder hun moeder. De melk is gericht op de hersenontwikkeling. Voorbeelden van dragers zijn de kangaroe, de aap en…. De Mens!
De mens is dus gemaakt om te dragen, maar waarom doen we dat niet meer? Dat is een lang verhaal wat ongeveer startte in de middeleeuwen. Rijke vrouwen hadden een ‘min’ om hun kind(eren) te voeden: Hoe verder je kind bij je weg was, des te meer geld en aanzien je had. Je kon dit blijkbaar allemaal betalen. Op schilderijen uit die tijd werden bedelaars dragend geschilderd. Dragen was een teken van armoede.
Toen rond 1900 de kinderwagen zijn intrede deed, werd ook dit een statussymbool. Het kind werd nu geduwd in plaats van gedragen. Het heeft dus te maken heeft met status en geld. Gelukkig komt hier nu weer verandering in en worden baby’s steeds meer gedragen, zoals de natuur het bedoeld heeft.

Momenteel heeft het nog de ‘hippie-status’. In de hippietijd werd er ook gedragen. Dat beeld is blijven hangen. Je bent een beetje raar als je je kind draagt. Misschien ook wel een beetje arm? Mij is een keer een kinderwagen aangeboden, omdat ik ‘dat arme kind altijd droeg’. Toen ik vertelde wat een doek kost en dat ik dus geen arme sloeber ben, werd de kinderwagen weer meegenomen. 😉

Als je bovenstaande leest behandelen we onze ‘jongen’ erg bijzonder. We geven ze melk van vluchters (kunstmelk) en behandelen ze als verstoppers. Maar het instinct van een baby is nog hetzelfde als duizenden jaren geleden. Als je een pasgeborene neerlegt zal hij gaan huilen. Een baby weet niet dat hij hartstikke veilig is in zijn mooie kamertje met lief-behang, Koekadekentjes en een Woezel en Pip knuffel. Hij weet niet dat daar geen roofdieren zijn die hem niet op zullen eten. Een baby reageert vanuit zijn instinct als je hem neer legt. Hij zal gaan huilen. Helemaal als je hem op zijn ruggetje neerlegt, immers zijn buik is zijn meest kwetsbare plek, daar zitten alle organen. Hij voelt zich écht veilig bij mama.

Mama is gebouwd om te dragen. Onze heup is een zitje. Instinctief zul je, ook als je niet draagt, je kindje daar op zetten. Boven je borst is een plekje wat ruikt naar jouw, wat bomvol oxytocine* zit. Je kindje zal daar graag vertoeven. En laat dat nou net het plekje zijn waar je, met de draagdoek, je kindje draagt! Dat is ook de reden dat pasgeborenen zo graag op mama’s borst in slaap vallen. Prachtig toch, de manier waarop we gebouwd zijn?

Ik ben ook ontzettend blij dat het tij lijkt te keren. Dat er steeds meer mede-moeders (ergonomisch) gaan dragen. Dat er samen met het kindje geslapen wordt. (doe dit wel veilig) Maar ook dat we een kindje niet meer laten huilen. Dat er van uit gegaan wordt dat een baby met een reden huilt.  Kortom, dat een mensenbaby als een mensenbaby behandeld wordt! Er is nog een hoop te halen en daar draag ik, als mama en als draagconsulente, graag mijn steentje aan bij!

*draagmemmie*

 

  • oxitocine is ook bekend als het knuffelhormoon

 

 

Draagconsulente

Gepubliceerd 18 juni 2016 door draagmemmie

Het is vroeg, heel vroeg als mijn wekkertje op zaterdagochtend gaat. Ik schrik wakker en weet direct wat voor dag het is. Zaterdag. Cursusdag! Ik stuiter al de hele week. Zo veel zin heb ik er in. Ik ga draagconsulente worden. Na een paar jaar knoopervaring, voelt dit als de logische volgende stap.

Ik ontbijt, pak mijn spullen en stap in de auto. Mooi op tijd. Ik rijd weg, doe de navigatie op mijn telefoon aan en zie tot mijn schrik dat de batterij van mijn telefoon leeg is. Nee!!! Hoe kan dit nou? Ik heb hem de hele nacht aan de lader gehad. Ik rijd snel naar huis en smijt het ding foeterend aan de lader. Ik ga te laat komen verdorie. Ik laat onze hond nog maar even uit, terwijl mijn telefoon oplaadt. Ik heb écht die navigatie nodig, ik heb geen idee waar ik moet zijn in Apeldoorn.

Als ik terug kom heeft mijn man een briljant idee; neem de laptop mee en laat de telefoon via de laptop opladen. Dat werkt! Vol goede moed vertrek ik. Als ik ietsjes door rijd, kom ik misschien ook nog wel op tijd.

Precies 1 minuut voor 9 storm ik het gebouw binnen. Als laatste. Maar ik heb het gered. Er zit een leuke groep vrouwen klaar. Er liggen allemaal poppen op tafel en er is een kast vol doeken. Yesss, daar wil ik straks wel even in neuzen, doekofoob die ik ben.
We stellen ons voor, ieder heeft zo zijn eigen reden om draagconsulent te worden. Leuk!
Daarna gaan we door met de theorie achter het dragen en middags gaan we knopen.

Ik voel me hier helemaal op mijn plek. Heerlijk om met gelijkgestemden om te gaan. Om de bevestiging te krijgen omtrent het dragen, slapen en andere opvoedingskwesties. Er wordt een veilige sfeer gecreëerd waarin we onze zorgen, onzekerheden en angsten durven te benoemen. Er wordt gesproken over alles wat ter tafel komt. Niets is te gek, wat voelt dit goed.

Het knopen gaat ontzettend goed. Ik ken de knopen dan ook al. Maar kan nu mooi mee kijken hoe een echte consulent dit doet. Ik denk na hoe ik een consult zal in vullen. Hoe ik mensen de knopen op mijn manier wil aanleren. Wat zal mijn werkwijze zijn? Wat vind ik belangrijk om mensen mee te geven? Ik heb er zo veel zin in!

Aan het einde van de dag stap ik doodmoe in de auto. Voldaan en blij kijk ik al weer uit naar de volgende cursusdag!

Met oma naar de kinderboerderij

Gepubliceerd 11 juni 2016 door draagmemmie

Het zou al een poosje, maar door omstandigheden was het er nog niet van gekomen: Met oma Beike* naar de kinderboerderij.

Eind mei was ik jarig. Van mijn lieve schoonmoeder zou ik een abonnement op de kinderboerderij krijgen. Dat wordt een beetje een traditie. Superleuk!
Helaas liep het allemaal eventjes iets anders. Overoma werd ineens ziek. Heel erg ziek. Eventjes leek het erop dat ze het niet zou halen. Oma Beike had, heel begrijpelijk, andere prioriteiten.

Het was een hele spannende tijd, maar gelukkig lijkt het met overoma nu iets beter te gaan. Voor oma Beike was er weer meer ruimte om andere dingen te ondernemen. En zo konden wij naar de kinderboerderij.

De jongens stonden al op haar te wachten. Constant vragen “is oma er al?” Voor het raam staan. Geduld is voor hen nog erg moeilijk. Toen oma er eenmaal was, wilden ze direct wel weg. Maar helaas, mem moest eerst nog met onze baby naar de huisarts én de hond uitlaten. Wachten duurt lang als je graag weg wilt.

Eenmaal onderweg waren ze helemaal enthousiast. Zoveel zin hadden ze er in. Ontzettend hysterisch in de auto. We hadden onze handen vol aan ze! Gelukkig is oma dusdanig vertrouwd met ze, dat ook zij ze aan kan pakken.

Daar aangekomen moesten ze weer wachten. De buggy uit de auto. De slapende baby moest in de doek geknoopt worden. (Hoe is het mogelijk dat hij in slaap viel in die herrie)
Overigens gebruik ik de buggy vooral voor het meenemen van de tassen. De jongens zitten er amper in.

Toen oma het abonnement haalde gingen de twee peuters direct richting de traptractors. Er is een heuse “racebaan”. Ik heb echter zeer mijn twijfels of het wel de bedoeling is dat dit als racebaan wordt gebruikt. De jongens waren in ieder geval alvast wat energie kwijt.

Toen oma terugkwam met ons abonnement zijn we begonnen bij de schildpadden, de favoriet van mijn oudste. Mijn middelste dwaalde direct af naar de grote konijnen. Diep onder de indruk van die grote flaporen.
Daarna naar de geitjes, de grote kippen, de varkens, de ezels, de pauw en de emoe’s. Prachtig vinden ze het!

Na alle beestjes gaan we het kabouterbos in. Kabouterspelletjes doen. Blikken gooien, sjoelen, dansen, tellen en door de donkere grot. De jongens genieten van de aandacht van oma. Ik geniet van het schouwspel. Van het enthousiasme van mijn kinderen, hun openheid en spontaniteit, hun blije snoetjes.

Als toetje gaan we naar de speeltuin. Van de hoge glijbaan. Oma staat beneden om ze op te vangen. Ik help ze omhoog. Ze genieten!
En terwijl ik in de moestuin van de kinderboerderij nog wat groenten koop, gaat oma nog een keer met de jongens naar de pauw.

En dan is de ochtend ook al weer voorbij. Tijd om naar huis te gaan. Lekker slapen.

Bedankt lieve oma Beike, het was weer fantastisch!!!

*draagmemmie*

 

 

*Beike betekent besje. Oma neemt altijd lekkere besjes voor de jongens mee,
vandaar haar bijnaam.

dorpsfeest

Gepubliceerd 10 juni 2016 door draagmemmie

Het is inmiddels bijna een week geleden, maar vergeten zijn we het nog niet.
De draaimolen, de vliegtuigjes, touwtje trekken, het spookhuis en ga zo maar door.

Feest, zowel voor de kinderen als voor ons. We hebben genoten.
Helaas had ik ietwat een buikgriep te pakken, dus al die kermisattracties waren niet aan mij besteed. Gelukkig hebben de kinderen een lieve beppe (oma),  een supergeweldige oom en een nog geweldigere heit tot hun beschikking. Ze konden overal in.

Vooral de oudste was niet te houden, de hele dag vroeg hij of “de draaimolen nou al open was.” Zo herkenbaar van vroeger. Ik was precies zo.
De middelste vond het ook prachtig, hij stráálde in de draaimolen.
Mijn jongste bekeek het allemaal vanuit zijn veilige plekje, de doek.

De vrijdag was de spannendste dag. Wát een noodweer was het. Heel veel regen, onweer wat vlakbij was en zelfs een blikseminslag in de buurt veroorzaakte. Heel spannend, voor draagmemmie als voor haar koters. Gelukkig konden we schuilen in de draaimolen. Helaas was het feest daarna wel voorbij. Alles was nat, de attracties, de kinderen, wij. Al maakte het mijn jongens niet zo veel uit, die sprongen net zo lief in de diepe waterplassen.

Ondanks mijn buikgriep, ben ik toch de tent in geweest. Dat was voor mij al heel lang geleden. Ik was immers de afgelopen jaren óf zwanger óf pas bevallen. Nu kon het weer eens. Ik moest wel weer flink wennen. Voelde me zo nu en dan ook wel oud tussen al die pubers, maar wat was het leuk! Lekker gedanst, gekletst en zelfs nog biertjes gedronken!

De volgende ochtend vond ik het allemaal eventjes niet zo leuk. Ik had niet eens zozeer een kater, maar wel flink slaapgebrek. De jongens waren gelukkig heel lief voor me. Van de oudste kreeg ik glaasjes water, de middelste hobbelde daar vrolijk achteraan en de jongste gunde me de hele middag rust. Die ging flink lang slapen. Ik zou bijna zeggen dat híj de hele avond had doorgehaald 😉

Nu is het weer voorbij. Weer een jaar wachten op het volgende dorpsfeest. Kunnen we maar weer sparen.

Straaljagers

Gepubliceerd 9 juni 2016 door draagmemmie

Regelmatig hebben we er last van. Regelmatig loop ik er op te foeteren. De overvliegende straaljagers en vliegtuigen die richting de luchtmachtbasis gaan.

Wij wonen op de vliegroute van de luchtmachtbasis Leeuwarden. Laagvliegende straaljagers, vrachtvliegtuigen of helikopters zijn ons dan ook niet vreemd. Soms zwaai ik naar de piloot, of heb ik het gevoel dat ze op mijn zolder gaan landen, zo laag vliegen ze. Ik vind het soms ook wel wat beangstigend. Er zal maar een naar beneden komen…
Maar altijd gaat het goed.

Mijn kinderen vinden het prachtig en zijn ook niet bang voor deze vliegtuigen en de bijbehorende herrie. Tenzij ze vol gas in formatie vliegen, dat is zelfs voor hun even te veel en dan zoeken ze hun mem op.

Momenteel wordt er flink gevlogen. Er is morgen en overmorgen een open dag op de luchtmachtbasis. Vliegtuigen uit allerlei landen zijn aan het oefenen. We kunnen onze lol op. Kinderen die wakker gehouden worden door de herrie. Kinderen die naar binnen rennen als er weer vol gas in formatie over ons huis wordt gevlogen. Ik heb weer flink gemopperd op die straaljagers. Overigens staan we ook regelmatig bewonderend voor het raam. Het blijft een spectaculair gezicht, die machtige kisten in de lucht.

20160609_101557

Toen ik vanmiddag éindelijk de kinderen op bed had, zat ik even beneden. Ik zag een paar rode vliegtuigen raar en laag vliegen. Had er een vreemd gevoel bij. Vond dat ze vreemde manoeuvres maakten. Maar dat vind ik wel vaker bij de straaljagers. Ik besteedde er dus niet zoveel aandacht aan. Totdat ik een appje van mijn schoonmoeder kreeg.

“Is er een straaljager bij jullie neergestort?”

Ik wist van niks. Direct google-en natuurlijk. En ja hoor. Hier vlakbij was er eentje naar beneden gekomen. De piloot maakt het, naar omstandigheden, goed. Gelukkig maar. Hij is vlakbij een woonhuis en kassencomplex neergestort. Na een botsing met zijn collega. Het waren de twee rode vliegtuigen waar ik al mijn twijfels over had. Het had heel anders kunnen lopen, stel je voor dat het boven een dorp of de stad was gebeurd? Je moet er niet aan denken!

Het vliegtuigje is vlakbij de woonplaats van mijn beppe (oma) neergestort. Mijn oudste wist dit. Hij was verschrikkelijk bezorgd. Zó bezorgd dat ik âlde beppe voor hem moest bellen om te vragen hoe het met haar gaat. Schatje!
Na het telefoongesprek was hij ietwat gerustgesteld. Wel zittende met 100 vragen. “Waarom is het vliegtuig uit de lucht gevallen?”
” Waar is de piloot?”
” Pake en beppe moeten ook nog met het vliegtuig naar huis, vallen zij ook uit de lucht?”

Elk vliegtuig wat nu overvliegt wordt met argusogen bekeken. Zou deze ook naar beneden vallen? Maakt hij gekke bewegingen?

Morgen naar de open dag. Ik ben benieuwd hoe ze dat zullen vinden. We hebben al gehoorbescherming geregeld. De doek gaat sowieso mee voor de jongste. De herrie zal daar helemaal oorverdovend zijn. We hebben er zin in, al hopen we wel dat de vliegtuigen dit keer hoog in de lucht zullen blijven!

 

mijmeringen

Gepubliceerd 6 juni 2016 door draagmemmie

Soms kan ik niet slapen. Ik lig dan te denken over de meest uiteenlopende (gekke) dingen.

Zo vraag ik me al een poosje af, hoe er mensen in Amerika zijn gekomen. Mij is geleerd dat de eerste mens uit Afrika komt en dat wij daar allemaal van af stammen. Hoe zijn er dan mensen in Amerika gekomen? Ik bedoel, er zit een -best wel grote- oceaan tussen. Ik bedoel, zijn ze dan op boomstammetjes daar heen geroeid?

Of ik lig te mijmeren over vroeger, over nu of over later.

Hoe het was zonder kinderen. Veel werken en veel stappen. Hoe ik zelf was als kind. Herinneringen aan mijn jeugd. Mijn lieve opa en oma. Het altijd een beetje anders voelen dan de rest. Het sportieve deel van mij (waar is dat gebleven?) Mijn opvoeding en hoe dankbaar ik ben dat ik in een nietszeggend dorpje in Friesland ben opgegroeid. En hoe blij ik ben dat ik mijn kinderen dit ook kan bieden.

Hoe het nu gaat. Soms de zorgen over mijn oudste, met zijn typische gedrag. De zorgen om mijn middelste, die niet groeit. De zorgen om mijn jongste, die weer zo’n naar kuchje heeft. Of de zorg om andere mensen die me dierbaar zijn. Maar ook, hoe fijn ik deze tijd vind, nu de kinderen zo klein zijn. Hoeveel lieve mensen ik om me heen heb. Zoveel dingen om dankbaar voor te zijn. Dat besef ik me steeds meer. Het geluk zit echt in de kleine dingen.

Ik denk ook over later. Of mijn eigen ‘bedrijfje’ zal gaan lopen. Of er mensen bij mij het knopen van doeken willen gaan leren. Hoe ik dit zal vinden, ik ben immers een hele poos uit het hele ‘werkgebeuren’ geweest. Wíl ik niet meer gaan werken? (nee)
Over veel later, met mijn jongens en ongetwijfeld prachtige vriendinnen aan de eettafel. Gezellig samen eten. Hoe belangrijk ik het vind dat de jongens in harmonie en samen op gaan groeien. Dat ze een gelijkwaardige en prettige band zullen krijgen.
Of nog veel later, als Manlief en ik oud en rimpelig zijn. Samen in het bejaardentehuis zitten en elkaar plagen.

Maar er is ook wel angst. Angst om mijn dierbaren kwijt te raken. Het leven is zo kwetsbaar. Wat nou als ik of mijn man het bejaardentehuis niet haalt.  Of dat mijn ouders of schoonouders iets overkomt. Of nog erger, mijn kinderen. Ik wil er niet over na denken.

Kortom veel dingen om over na te denken. Vaak leuke dingen. Vaak ook dingen waar ik geen antwoord op heb. Soms verdrietige dingen. Soms angst. Maar bovenal geluk. Ik probeer het altijd om te buigen naar het positieve. Soms is dat heel moeilijk, maar ik geloof er in dat dit de juiste levenshouding is. Alles wat je uitstraalt en wat je bent, krijg je terug. Als je dus positief bent, komen er ook positieve dingen en mensen op je pad.

Nu is dat voor mij heel makkelijk, ik heb nog nooit iets héél ernstigs mee gemaakt. Maar ik weet wel dat ik, door positief te blijven, een fijner leven heb.

Waar denk jij over na als je niet kunt slapen?

*draagmemmie*