Archief

Alle berichten voor de maand juli, 2016

4 jaar zwanger?

Gepubliceerd 26 juli 2016 door draagmemmie

5 jaar geleden was ik zwanger. Eindelijk. Onze lange wachten werd beloond. Terwijl ik de spuiten voor onze eerste IVF poging al in de koelkast had liggen en ik zeer (on)geduldig op mijn menstruatie wachtte, bleek ik in verwachting. Totaal niet meer verwacht, maar zo welkom.

Helaas eindigde deze zwangerschap in een miskraam. We hadden het hartje van onze ukkepuk al zien kloppen. Waren zo blij met zijn komst. Maar het mocht niet zo zijn. Wat was dat een enorme klap na al dat wachten. De emoties liepen hoog op. Tranen stroomden rijkelijk. Het onbegrip van de omgeving was groot. Maar ik was er zo klaar voor om moeder te worden. Ik voelde me moeder vanaf het moment dat ik positief testte. Dat dit kindje niet bij ons mocht blijven deed zeer. Heel erg veel zeer.

Gelukkig was ik vrij vlot na de miskraam weer in verwachting. Wat een wonder. De zwangerschap was, mede door de miskraam, niet onbezorgd. Gelukkig kwam in juli onze eerste zoon ter wereld. Precies 4 jaar geleden was ik net moeder geworden van de mooiste baby die ik ooit had gezien.

Exact 4 jaar geleden waren we nog in het ziekenhuis. Onze ukkepuk was namelijk ernstig ziek. Bacteriële hersenvliesontsteking was de diagnose. Een kraamtijd heb ik niet gehad. Onderzoek op onderzoek volgde. Infuus op infuus. Daaromheen was er onenigheid binnen de schoonfamilie. Geloof me, zulke dingen kun je er niet bij hebben in een kraamtijd. Helemaal niet als je ukkie ziek is. Dan wil je nog maar een ding; bij je kind zijn. Gelukkig is het goed gekomen met dit boefje (met de familie niet) en vierden we zijn vierde verjaardag afgelopen donderdag. Wat een feest! Zo leuk, hoe ze er op deze leeftijd mee bezig zijn.

3 jaar geleden was ik om deze tijd al in verwachting van onze middelste. Heel pril, maar heel misselijk vierden we de eerste verjaardag van de oudste. Hij heeft de wonden geheeld. Ik geef het je te doen, maar dit kleine mannetje kon het. Wat een heerlijke kraamtijd hebben we met hem gehad. Bij hem ben ik begonnen met dragen. Ok, dat was een wanhoopsdaad omdat ook hij amper dronk en sliep. Maar het dragen hielp en maakte de eerste maanden weer draaglijker.

2 jaar geleden was ik niet in verwachting. Eventjes niet. Als je nagaat dat er tussen de geboorte van de middelste en de zwangerschap van de jongste maar zo’n 7 a 8 maanden zit…

Vorig jaar was ik ook net bevallen. Van onze jongste roodharige telg. Een kraamweek beleefd die wij en de kraamhulp niet snel zullen vergeten, maar we hebben het weer overleefd. En wat is het fantastisch op moeder te mogen zijn van deze drie roodharige boefjes. Ik krijg vaak de vraag of we doorgaan voor een meisje.. Absoluut niet! Dat zou ik zelfs sneu vinden, een meisje bij al die jongens. Bovendien suggereer je dan dat mijn jongens niet goed genoeg zijn, beetje lomp!

Als je me dit 5 jaar geleden had verteld, had ik je voor gek verklaard. Ik kon immers niet zwanger worden. Maar het bleken gewoon opstartproblemen. Na de eerste zwangerschap wist mijn lijf wat het moest doen. Daarna was het bijna constant zwanger… Als ik het teruglees ben ik bijna 3 a 4 jaar achtereenvolgend zwanger geweest. Bizar. Bijzonder. Wat een rijkdom.

We zaten afgelopen week dus volop in de verjaardagen. Onze oudste die vier werd, de jongste vierde zijn allereerste verjaardag. Ik vond het nogal wat. De oudste die zo groot wordt ineens. Die straks naar de basisschool gaat. Weer een grote stap in het loslaatproces. De jongste die niet meer een baby is. Voor het eerst geen baby meer in huis of eentje onderweg. Rare gewaarwording. Ik moest wel even een traantje laten. Mijn kleine kinderen die ineens zo groot worden. Ik knipper met mijn ogen en ze zijn al weer een stukje wijzer. Ze kunnen al weer andere dingen.
De oudste die heel erg bezig is met dieren. Met onderzoeken.
De middelste die (eindelijk) begint te kletsen. Die een groot acteertalent blijkt te bezitten.
De jongste die loopt, je begint na te praten en overal opklimt.

En hoewel ik immens trots ben op mijn koters en de (snelle) ontwikkeling die ze door maken, hoeft het van mij niet zo. Blijf nog maar eventjes klein. Je kunt nog lang genoeg groot zijn. Toen ik dat mijn oudste zoontje voorstelde was zijn antwoord; “Nee mem, moarn wurd ik gewoan 4.” (nee mem, morgen word ik gewoon 4)

Duidelijke taal. Het ontwikkelt zich gewoon verder. Zoals het hoort. En mem hobbelt er maar wat achteraan. Ietwat sentimenteel. Vol verbazing. Maar vooral heel trots en met heel veel liefde.

de maatschappij, dat ben jij!

Gepubliceerd 10 juli 2016 door draagmemmie

Wat kreeg ik veel reacties op mijn blog over het samen slapen. Ik moest het even een plaatsje geven.

 

Wat zijn er veel moeders die het herkennen. Die ook samen slapen maar het niet durven te zeggen. Moeders die ook de ‘strijd’ tegen de maatschappij herkennen. Of moeders die juist graag samen willen slapen, maar niet weten hoe ze dit kunnen doen.

Ik schrok hier een beetje van. Zo veel mama’s die samen willen slapen, maar terug gehouden worden door onwetendheid. Zoveel verdriet wat werd losgemaakt; ik had het ook zo graag gewild.

Hoe komt dat toch? Willen we het goed doen voor de ander? Voldoen aan een bepaald beeld? Of is het juist de angst dat het niet goed is voor het kindje?

Ik wil een ieder mee blijven geven dat je datgene moet doen wat bij jou en je kindje past. Wat jij prettig vindt. En wat je kindje aan kan. Het is natuurlijk heerlijk om samen te slapen, maar als jij geen oog dicht doet met een baby in de buurt is apart slapen misschien een betere oplossing. Maar als je kindje de hele nacht huilt omdat hij apart ligt is samen slapen misschien een fijnere optie.

Zoveel mensen, zoveel wensen. Ieder doet het op zijn eigen manier. En iedere manier is (binnen het redelijke ) goed. Geen enkele ouder zet zijn kind(eren) op de wereld met het idee ze even flink te gaan verpesten. Nee, we willen allemaal het beste voor ons kind. Alleen denken we allemaal iets anders over wat nou exact ‘het beste’ is.

Ieder kind is anders en heeft andere behoeften. Jij, als ouder, bent uniek. En maakt jouw eigen unieke keuzes. En die zijn goed. Vertrouw daar maar op.

Het is de maatschappij die oordeelt. Maar de maatschappij, dat ben jij! Ik merk het ook. Ik oordeel ook, al probeer ik dat niet te doen. Nu heb ik een afwijkende, maar goed doordachte, wijze van opvoeden en hoop dat meer mensen deze wijze gaan overnemen.

Ik kan er niet tegen dat mijn kinderen huilen. Ik pak ze op. Nu zit er verschil in de wijze van huilen; ik reageer anders op drammen dan op verdriet. Daarnaast vind ik het ook niet erg als ze huilen, maar ze hoeven het niet alleen te doorstaan. Mem is er. Ik troost en geef helende kusjes! Dat is, vooral in de ogen van ouderen, erg raar. “Laat maar huilen, dat is goed voor de longetjes” hoor ik vaak. Daar ben ik het niet mee eens. Maar als ik dit uitleg, hoor ik vaak; “zo deed ik het ook en die van mij is ook groot geworden.” Het maakt me niet meer onzeker. Maar vervelend vind ik het soms wel. Waarom zeg je dit? Vertrouw je niet op mijn kunnen?

Als we nou allemaal elkaar met open vizier tegemoet gaan treden. Zou dan niet iedereen een stuk blijer worden? Als we er vanuit gaan dat we allemaal het beste willen voor onze ukkies, en dat geloof ik echt, veroordelen we minder en voelen we ons minder veroordeeld. En mocht je toch je vraagtekens hebben bij een wijze van opvoeden, vraag dan naar het waarom. Reik je helpende hand als het de ander even niet lukt. Samen kunnen we de wereld ietsje mooier maken!

Joepie, ik ben draagconsulente

Gepubliceerd 4 juli 2016 door draagmemmie

Eindelijk heb ik het, mijn certificaat waarmee ik mezelf draagconsulente mag noemen. Beretrots ben ik. Dat ik weer naar school ben gegaan. Dat ik mijn certificaat heb gehaald. Heel erg moeilijk was het niet, maar de stap nemen om het te gaan doen voelde voor mij als erg groot.

Ik heb zo lang thuis gezeten. Was zo onzeker geworden over mijn kunnen. Zou ik dit wel kunnen? (Hoezo faalangst) Des te fijner was het om in een groep met gelijkgestemden te komen. Om mijn kwetsbaarheid te mogen laten zien. Maar ook mijn herwonnen kracht te showen. Ik kan dit. Ik kan knopen. En ik kan niet wachten om het anderen te mogen leren. En heel misschien mag ik een stukje onzekerheid van deze ouders wegnemen.

Ik heb een paar fantastische dagen gehad. Leuke dingen geleerd. Mijn knooptechniek verfijnd. Lieve mensen ontmoet. Ontzettend veel nagedacht over de wijze waarop ik mijn consulentschap wil invullen. Hoe ik een consult wil opbouwen, maar ook wat ik de ouders mee wil geven. Wat voor consulente ik wil zijn.

Ik hoop dat ik naast een goede consulente, die technisch de knoop goed aan kan leren ook een liefdevolle en geduldige consulente mag zijn. Een consulente waarbij jij je op je gemak voelt, die je durft te vertrouwen en die al je vragen kan beantwoorden. Dat als ik weg ga, je naast een goed aangeleerde knoop, ook een fijn gevoel hebt over gehouden.

Kortom ik ben consulente en ik heb er ontzettend veel zin in om los te gaan!
Wat zou jij fijn of belangrijk vinden in een consult/ consulente?

Voor meer informatie:

http://www.draagconsulentedraagmemmie.wordpress.com

Samen slapen

Gepubliceerd 3 juli 2016 door draagmemmie

Mensen kijken me vaak meewarig aan als ik vertel dat mijn jongste nog altijd bij mij in slaap valt. Dat we hem in zijn eigen bedje tillen, zodra hij in slaap valt. Hij is immers al bijna 1!

Ik sta hier iets anders in. Ten eerste vind ik hem nog maar bijna 1. Het is nog een baby. Als hij dit nodig heeft, en ik kan het hem bieden, wat is er dan fijner dan samen slapen? Wat is er dan fijner om je kind de liefde en aandacht te geven die hij nodig heeft?
Verwen je hem dan niet? Ik verbaas me daarover. Kun je een kleine baby, of überhaupt een kind, te veel liefde en aandacht geven?

Bij mijn oudste trok ik me die kritiek erg aan. Kon ik niet meer naar mijn gevoel luisteren. Ik luisterde naar de maatschappij, de normen en waarden die als normaal golden. Ik deed ontzettend mijn best om hem in zijn bedje te laten slapen. Tot grote frustratie van mijn oudste en van mezelf. In tranen zat ik bij zijn bedje omdat hij zo moest huilen terwijl hij moest slapen. Ik pakte hem dan maar weer op, mijn kind laten huilen kan ik gewoon niet. De fysiotherapeut zette hem onder de kerstboom; “dan gaat hij wel slapen”. Nog steeds een van de meest idiote adviezen die ik ooit heb gehad. Toen ik deze niet opvolgde werd ik bestempeld als slechte moeder!

Kortom, er werd aan alle kanten tegen me gezegd hoe het niet of juist wel moest, maar niets paste bij mij en mijn baby. We hadden behoefte aan elkaar. Aan contact. We hadden al zoveel moeten missen in het begin. Als ik er aan terug denk, word ik weer verdrietig. Waarom kreeg ik zulke absurde adviezen? Waarom durfde ik niet naar mijn gevoel te luisteren?

Bij de tweede ging dit anders. Ik durfde anders te zijn. Als hij huilde, pakte ik hem op. Ik laat mijn kind niet onnodig huilen. Hij sliep de eerste weken op mijn borst. Daar was ook geen discussie over mogelijk. Hij had het nodig om bij mem te zijn. Ik had hem nodig. Gewoon omdat ik hem zo lief en mooi vond. Omdat het mijn kind was. Omdat ik dit eerste contact zo had gemist bij de eerste. Bij hem ben ik begonnen met dragen. Er ging een wereld voor me open. Naast de vele verschillen in doeken en dragers, was er ook een andere manier van opvoeden. Ik was niet raar. Er is een naam voor de manier die mij zo aansprak, de manier die ik al uitvoerde; Natuurlijk ouderschap.

Eindelijk vond ik gelijkgestemden, was ik niet meer de vreemde eend in de bijt. Naast het vele dragen, was er nog een klik met de draagmama’s. Langzaamaan kon ik uit mijn schulp kruipen. Kon ik mijn onzekerheid over het moederschap loslaten. Ik was niet gek, ik was in conflict met mijn gevoel en de maatschappij. Ik durfde steeds meer op mijn gevoel te vertrouwen. Ik bloeide op. Werd weer blij. Vond het moederschap eindelijk leuk!

Dit bleek toen de derde kwam. Samen slapen is gewoon. Ook hij sliep de eerste weken bij mij op mijn borst of in de doek. Dat is wat hij wil. En ik dus ook. Op een gegeven moment ging hij naar het wiegje naast ons bed, omdat hij dat zelf wil. Na ongeveer 8 maanden ging hij naar zijn eigen kamertje, wederom omdat hij dat zelf wil. Maar in slaap vallen doet hij nog altijd met mem. Heerlijk in mijn armen. Even een momentje voor hem alleen. Net als zijn broers voor hem hebben gehad. Op een gegeven moment verplaatst ook dit ritueel zich naar zijn bedje.

Nu zullen er mensen van hun stoel vallen; op je borst laten slapen? Levensgevaarlijk! Nee dus. Ik slaap dusdanig licht dat ik wakker word van elke beweging. Hij en ik zijn gestut met allerlei kussens zodat hij ammenooitniet van bed kan vallen. Ik durf te vertrouwen op mijn instinct dat ik wakker word als er iets is. Dat instinct werkt feilloos, dat heb ik nu bij drie kinderen ervaren. Bovendien werd er anders gewoon niet geslapen. Mijn kind huilde als hij in de wieg moest liggen. Dat huilen is overigens een volkomen normale instinctieve reactie van een baby; Ik word neergelegd en alleen gelaten. Ik ben overgeleverd aan mijn omgeving. Een baby weet immers niet dat hij hartstikke veilig is in zijn wiegje met koeka dekentjes en woezel en pip knuffels. Zijn instinct zegt dat hij alleen is en dat hij daardoor in gevaar is; Hij zal gaan huilen. Dat huilen is feitelijk roepen om bescherming van zijn moeder (of andere verzorger). Vandaar dat we samen sliepen. En wat is er nou fijner dan zo’n heerlijk klein hummeltje op je buik? Heerlijk vond ik het.

Ik ben dus ook hierin anders. Ik volg mijn kinderen in hun behoefte. Dat betekent niet dat ik ze verwen. In dit huis zijn ook zeker regels. Daar zit een groot verschil in vind ik. Ik probeer mijn kinderen bij te brengen dat ze zich aan regels moeten houden, maar probeer ook te schipperen tussen de regels en hun kunnen. Een pasgeborene hoeft niet direct door te slapen, dat kan hij niet eens. Verlang niet datgene van een kind wat hij van nature niet kan.

Ik ben blij dat ik nu een naam heb voor onze wijze van opvoeden. Dat ik niet onzeker hoef te zijn. Ik doe het inderdaad iets anders dan de rest van de maatschappij, maar dat betekend niet dat ik  het niet goed doe. Ik ben zekerder geworden. Durf te vertrouwen op mijn instinct en dat van mijn baby.

Overigens zie ik deze manier van opvoeden steeds meer naar voren komen. Net als het dragen in de doek. Is er een ommezwaai bezig in opvoedingsland?